====== De overdrachtsfunctie bepalen van een teruggekoppeld proces. ====== H1 is in dit geval (in het S-domein): $$ \begin{split} \frac {1}{RCS+1} \end{split} $$ H2 is een versterkingsfactor **K**. Als X een ingang is en Y de uitgang, dan is Y: $$ \begin{split} X \cdot H = Z \end{split} $$ De overdracht H is dan: $$ \begin{split} \frac {Y}{X} = H \end{split} $$ Y word bepaald door **H1**, X is (door de terugkoppeling): $$ 1 - H1 \cdot H2 $$ Substitueer Y en X, dan krijg je de overdrachtsfunctie: $$ \begin{split} \frac{H1}{1-H1 \cdot H2} \end{split} $$ Substitueer nu H1 en H2 voor de daadwerkelijke functies, dan krijg je: $$ \begin{split} H = \frac { \frac{1}{RCS+1} } { 1 + \frac{1}{RCS+1} \cdot K } \end{split} $$ Nu kunnen de deze vergelijking vereenvoudigen. Vermenigvuldig teller en noemer met **RCS+1**: $$ \begin{split} H = \frac { ( \frac{1}{RCS+1} ) \color{red}{\cdot RCS+1} } { ( 1 + \frac{1}{RCS+1} \cdot K ) \color{red}{\cdot RCS+1} } \end{split} $$ De bovenste term word 1 doordat **RCS+1** in de teller komt. De noemer word uitvermenigvuldigd: $$ \begin{split} H = \frac { \frac{1 \color{red}{\cdot RCS+1} }{RCS+1} }{ 1 \color{red}{\cdot RCS+1} + \frac{1 \cdot K \color{red}{\cdot RCS+1} }{RCS+1} } \end{split} $$ Verder vereenvoudigen: $$ \begin{split} \frac{1}{RCS+1 + K} \end{split} $$